Inloggen

Gebruikersnaam

Wachtwoord



Nog geen lid?
Klik hier om u aan te melden.

Wachtwoord vergeten?
Vraag hier om een nieuw wachtwoord.

Shoutbox

U dient in te loggen om een bericht te plaatsen.

31. August 2010
het is met vallen en opstaan he bij ons toch Wink met onze zoon sam

24. August 2010
Komen hier nog meer volwassen mannen met HS? Ik wil wel een groep oprichten.

05. August 2010
hoi mede lot genoten ben nieuw hier en blij dat ik niet aleen tegen de muur van onbegrip sta

20. July 2010
Wink beste mensen ne heel heel goede dag toegewenst groetjes regina xxxxxxx

10. July 2010
terug van weg geweest xxxxxxxxx regina Grin

08. June 2010
zijn hier ook ouders met een jog kind met autisme waar schizofrenie bij geconstateerd is?

02. June 2010
Dag beste mensen, Het gaat hier veel over kinderen en dat doet me goed. Het moet heerlijk zijn om ouders te hebben die werkelijk betrokken bij je zijn. Hoe meer liefde en betrokkenheid hoe beter, Mo

12. May 2010
hallo allemaal ik heb 2 kinderen van broer geerft. de vader en moeder zijn allebei overleden .maar nu is er bij de oudste 14 het hechtingsstoornis geconstanteerd. ze gaat na vele gesprekken en omw

10. May 2010
het weekend was kei goed heel positief dank u rain xxx

28. April 2010
manena hallo ik ken dat bij ons wij hebben 8j door een hel gegaan je kan me altijd berich sturen he

27. April 2010
hallo, wil iemand met mij ervaringen uitwisselen?? dank je groetjes manena

24. April 2010
hallo,ben moeder van 2 kinderen 14 en 17 de jongste met een reactieve hechtingsstoornis,
ben al bijna 6 jaar van het kastje naar de muur gestuurd instelling in instelling uit,we gaan nu voor de 14e ins

16. April 2010
voor iedereen sterkte gewenst wij weten wat het is regina Wink

16. April 2010
bloodymary veel sterkte van regina xxx Wink

06. April 2010
HELP!! Ik ben een alleenstaande moeder van een zoontje van bijna 5 jaar. Onlangs is bij hem ODD geconstateerd en ik heb zelf trekken van Borderline! Al vanaf de geboorte van mijn zoontje sta ik er

Shoutbox Archief

Borderline persoonlijkheidsstoornis


Allereerst is het belangrijk kort uit te leggen wat er wordt bedoeld met een persoonlijkheidsstoornis. Bij een persoonlijkheidsstoornis gaat het om een patroon van belevingen en gedragingen die door de omgeving niet als vanzelfsprekend wordt ervaren. Dit gedrags- en denkpatroon moet een lange tijd bestaan en ook star zijn; het is niet flexibel. Tenslotte levert het onaangepaste denk- en gedragspatroon beperkingen op in het functioneren op sociaal en persoonlijk gebied. De omgeving ervaart het gedrag van de persoon vaak als kenmerkend voor die persoon: ‘hij was altijd al zo'. Voordat iemand met een persoonlijkheidsstoornis hulp gaat zoeken, of voordat de omgeving erkent dat de persoon een psychisch probleem heeft, is het patroon van denken en gedragingen vaak al ver ingesleten en is er een combinatie met een andere psychiatrische stoornis ontstaan. Daaruit is op te maken dat een persoonlijkheidsstoornis niet gemakkelijk te herkennen is.

Er zijn drie groepen persoonlijkheidsstoornissen:

Kenmerken: vreemd en excentriek gedrag (paranoïde, schizoïde en schizotypische types)
Kenmerken: dramatisch, emotioneel of onvoorspelbaar gedrag (antisociale, borderline, theatrale en narcistische types)
Kenmerk: angst (vermijdende, afhankelijke en dwangmatige type) [1]
Uit dit rijtje blijkt al dat de Borderline Persoonlijkheids Stoornis, kortweg BPS, gekenmerkt wordt door dramatisch, emotioneel of onvoorspelbaar gedrag, maar er zijn meer specifieke kenmerken te noemen die passen bij de BPS.

De term Borderline komt uit de jaren dertig en betekent ongeveer: grensgeval. Er was toen een hele andere indeling en de Borderline stoornis was in die indeling een soort van ‘prullenbak-term': alles wat niet onder de andere stoornissen kon vallen, werd ‘Borderline' genoemd.[2] Tegenwoordig is de indeling over de hele wereld vastgelegd in de DSM IV (Diagnostic and Stastistical Manual of mental Disorders) een handboek voor diagnosticering voor psychiaters over de hele wereld. In dat handboek is de BPS allang geen ‘prullenbak-term' meer, maar een officiële psychiatrische stoornis. In de DSM IV staan alle gedragingen die kenmerkend zijn voor de Borderline persoonlijkheidsstoornis op een rij.

Bij BPS staat impulsiviteit en instabiliteit centraal. Dat is vooral merkbaar aan stemmingswisselingen, een negatief zelfbeeld en een sterke wisselende manier van omgaan met relaties.[3] In relaties heeft iemand met BPS steeds conflicten en verlatingsangst. Door de labiliteit komen sterk wisselende gevoelens voor: depressiviteit, irritatie of angst. Deze extreme gevoelens duren vaak niet langer dan enkele uren tot dagen. In heftige emoties komen automutilatie en suïcidaal gedrag voor. Tenslotte is het ook niet ongewoon voor iemand met BPS om overmatig te eten, alcohol of drugs te gebruiken en criminaliteit komt ook voor. Dit alles hangt samen met de eerder genoemde extreme emoties.[4]

Kenmerken op een rij:

Impulsiviteit - Snel van mening veranderen, snelle conclusies trekken met als gevolg: plotseling een studie/baan starten of beeïndigen, zonder nadenken een erg dure aankoop doen, etc.
Wisselend in relaties - Aantrekken en afstoten van de mensen om zich heen; door emoties gedreven plotseling aangaan/verbreken van een relaties, weinig zelfvertrouwen en weinig vertrouwen in de ander; verlatingsangst.
Zwart/wit denken en voelen - Mensen met BPS vinden iets helemaal het einde of echt helemaal niets, grijs gebied kennen ze niet. Voor de emoties geldt hetzelfde.
Emotioneel makkelijk te beïnvloeden door de omgeving
Dissociëren - Iemand met BPS kan soms helemaal niet meer weten wat hij heeft gedaan, waar hij is geweest. Of hij voelt zich alsof hij zichzelf niet meer is. Dat heet dissociatie.
Verwardheid - Samenhangend met het vorige punt kan het kort voorkomen dat iemand met BPS verward en achterdochtig is; zijn gedachten lopen niet meer gelijk met de realiteit.
Zelfbeschadiging - Door heftige emoties die mensen met BPS kunnen ervaren, proberen ze zich tijdelijk beter te voelen door te automutileren. Achteraf voelen ze zich vaak schuldig.
Suïcidaal - Samenhangend met het vorige punt kan de emotie zo hoog oplopen dat hij suïcidale gedachten of gedragingen krijgt (1 op de 10 mensen met Borderline sterven door zelfdoding)[5]

Oorzaken

De oorzaken van een Borderline Persoonlijkheidsstoornis kunnen liggen in een breed vlak. Vanuit het biopsychosociaal model, wordt gezegd dat biologische, psychologische en sociale kenmerken een rol spelen bij het ontstaan van een persoonlijkheidsstoornis.

Biologische kenmerken: persoonlijkheidskenmerken/temperament spelen een rol. Uit onderzoek is gebleken dat hoofdlijnen van het temperament van een persoon in de genen vastliggen. Dat betekent niet dat iedereen met die genetische informatie dus een persoonlijkheidsstoornis krijgt. Dat hangt weer samen met omgevingsfactoren, opvoeding, sociale situatie, enz. Verder zijn er aanwijzingen gevonden dat er voor verschillende stoornissen afwijkingen zijn in de neurotransmitters in de hersenen (contact tussen zenuwbanen d.m.v. neurotransmitters). Bij Borderline patiënten zou een laag niveau van de neurotransmitter serotonine voorkomen.[6]
Psychologische kenmerken: Vanuit de psychodynamische benadering worden oorzaken vooral gezocht in afwijzing en gebrek aan liefde in de jeugd. Bijna alle Borderline patiënten hebben in hun jeugd een traumatische ervaring meegemaakt of zijn lichamelijk of seksueel misbruikt geweest. Vanuit de cognitieve theorie wordt de oorzaak gezocht in het denken; al vroeg in de jeugd ontstaan denkpatronen die niet reëel zijn en als ze standhouden dan krijgt dat een grote invloed op het dagelijks functioneren.[7]
Sociale kenmerken: Tenslotte spelen opvoedingsfactoren (welk gedrag in de opvoeding beloot/bestraft werd), ouderlijke psychopathologie, verlies van ouders, emotionele verwaarlozing, lage sociale status, laag IQ, enz. ook een rol bij de kans op het ontwikkelen van een persoonlijkheidsstoornis[8]
Vrijwel altijd is er sprake van een combinatie van bovenstaande factoren die de kans op het ontwikkelen van een persoonlijkheidsstoornis vergroten.

Behandelingen

Voor de behandeling van iemand met een Borderline persoonlijkheidsstoornis wordt meestal niet zozeer gekeken naar de oorzaken van het ontstaan van de stoornis, maar juist naar de patronen van gedragingen en denkpatronen van het hier-en-nu. Daar kan iemand met een BPS proberen verandering in aan te brengen; eigen patronen van denken en gedrag herkennen en andere patronen daarovoor in de plaats aanleren.[9]

Een belangrijk houdingsaspect voor de hulpverlener is een warme, steunende, betrouwbare niet veroordelende relatie. Door de vaak onbetrouwbare relaties in het verleden heeft de patiënt iemand nodig waar hij op kan bouwen, ook al is hij zelf instabiel. Ook is het een bevorderen van een klimaat waarin de patiënt de ruimte heeft om zijn eigen gedragspatronen en denkpatronen te leren kennen en evt. te wijzigen. Een stabiele, warme en steunende therapeutische relatie kan zo helpen om iemand vaardigheden te leren zijn eigen emoties beter te reguleren.

Soms is het nodig om iemand met Borderline volledig op te nemen. In de klinische behandeling worden dezelfde behandelmethoden gebruikt als in de dagbehandeling of andere trainingen die ik straks zal noemen. Redenen waarom iemand beter klinisch behandeld kan worden kunnen zijn; in het ernstigste geval gevaar voor zichzelf door suïcidaal gedrag, maar ook het niet kunnen zorgdragen voor het eigen dagritme en/of de eigen verzorging. Isolement, niet alleen kunnen zijn of onvoldoende steun van het sociale netwerk. Ook kan juist een patroon van een systeem (gezin of ander leefsysteem) de behandeling tegenwerken. [10]



Dialectische gedragstherapie volgens M. Linehan
De dialectische gedragstherapie, kortweg DGT, speciaal ontwikkeld voor mensen met Borderline persoonlijkheidsproblematieken, door M. Linehan, hoort bij de cognitieve gedragstherapeutische benaderingen. M. Linehan ziet als kernprobleem het onvermogen om emoties te kunnen reguleren.[11] Een tweede theorie waar M. Linehan de dialectische gedragstherapie baseert is het biopsychosociale model. Persoonlijkheidskenmerken en omgevingsfactoren belemmeren de ontwikkeling en gebruik van bepaalde vaardigheden, waardoor het functioneren wordt verstoord en uiteindelijk dysfunctionele gedragspatronen ontstaan. DGT richt zich op het verwerven van vaardigheden en op datgene wat het gedrag (dus de gedragspatronen) motiveert of bekrachtigt.[12]

Een filosofie die belangrijk is bij de dialectische gedragstherapie is de gedachte dat de werkelijkheid bestaat uit krachten (these) en tegengestelde krachten (antithese). De synthese is de combinatie van die twee en van daaruit kunnen nieuwe krachten ontstaan. Bij iemand met BPS die in zwart/wit patronen denkt lukt het bijna niet om tot die synthese te komen, zij kunnen hun gedachten over de werkelijkheid niet nuanceren om zo tot nieuwe inzichten te komen. Zo is er een tegenstrijdigheid: iemand met BPS heeft de noodzaak om zichzelf te accepteren zoals hij is maar heeft daar zeer veel moeite mee (negatief zelfbeeld). Tegelijkertijd is er de noodzaak om te veranderen. De DGT probeert tussen die twee een balans te vinden. [13] De therapeut moet als basishouding hebben dat hij de persoon accepteert met zijn tekortkomingen en problemen in het hier-en-nu, maar tegelijk gedragsverandering proberen teweeg te brengen, om de situatie leefbaar te maken, in een voor de patiënt ondraaglijk bestaan.[14]

Het hebben van een instabiele omgeving in de jeugd door traumatische ervaringen, dragen bij aan de ontwikkeling van emotionele ontregeling. De persoon weet niet hoe hij de emoties moet benoemen laat staan ermee om moet gaan en de emoties draaglijk te maken. Het kind leert niet te vertouwen op de eigen emoties als weerspiegeling van de interpretaties van de werkelijkheid. Ze kijken naar de omgeving om een betrouwbare analyse van de realiteit te maken, maar versimpelen het gemak waarmee problemen opgelost kunnen worden zo, dat zij een onrealistische kijk krijgen op de wereld en onrealistische (niet haalbare) doelen aan zichzelf stellen. Uiteindelijk leidt het tot zelfhaat als de jongvolwassene ziet dat hij niet aan doelen kan voldoen, waar anderen schijnbaar wel aan kunnen voldoen. Het resultaat is dat de gedragspatronen en emotionele ontregeling blijven bestaan. Om te kunnen omgaan met de werkelijkheid en met de eigen emoties zoekt de Borderline patiënt naar middelen om de emoties op te lossen (middelen misbruik of zelfpijniging als zelfmedicatie). Ook zoekt de patiënt op een dysfunctionele manier naar aandacht, met als (onbewust) doel hulp uit te lokken van de omgeving.[15] De DGT probeert de persoon handreikingen te geven om in plaat van dysfunctionele gedragspatronen (die dus zeker wel een functie hebben), functioneel gedrag aan te leren om wel hetzelfde doel te bereiken (bijvoorbeeld een bepaalde emotie te reguleren).[16]

Een laatste gerichtheid van de dialectische gedragstherapie ligt in het feit dat er niet een stabiele omgeving voor de patiënt gecreëerd moet worden, maar dat de patiënt moet leren omgaan met veranderingen en zich daar prettig bij te voelen.[17] De patiënt moet leren dat hij niet schuldig is aan de ervaringen in het verleden en de problemen van het heden, maar wel zelf in staat is om de problemen op te lossen.[18]

De behandeling bestaat uit vier onderdelen: een individuele psychotherapie, een training psychosociale vaardigheden, telefonische consultatie en een consultatieteam.

En 4 fases: fase 0: voorbehandeling (gericht op samenwerking tussen therapeut en patiënt) fase 1 de behandelingsfase gericht op het hier-en-nu, fase 2: verminderen van post-traumatische stressklachten die met vroeger traumatische gebeurtenissen samenhangen, fase 3: verhogen van het zelfrespect van de patiënt en bereiken van andere doelen.[19]

De vaardigheden die aan bod komen in de training zijn gericht op: emotieregulatie, interpersoonlijk functioneren, het goed waarnemen van zichzelf en het omgaan met crises.

Belangrijk in de houding van de therapeut is dat hij overbrengt dat de patiënt zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen behandeling en ontwikkeling. De therapeut is een soort coacht die vooral telefonisch bereikbaar moet zijn.[20]



Schemagerichte of cognitieve therapie volgens Young
Cognitieve therapie van persoonlijkheidsproblematiek gaat er vanuit dat de manier hoe iemand informatie verwerkt een rol speelt in het ontstaan en het aanhouden van psychische problemen.Als informatie eenzijdig en vervormd geïnterpreteerd wordt leidt dit tot extreme emoties en probleemgedrag. De 'misinterpretatie' van informatie kan gebeuren doordat mensen als kind bepaalde ideeën hebben gekregen over zichzelf, andere mensen en gebeurtenissen waardoor er zogenoemde schema's van denken zijn ontstaan. Deze kinderschema's kunnen op volwassen leeftijd nog steeds bestaan omdat ze nooit gecorrigeerd zijn en ze kunnen heel dysfunctioneel zijn voor de huidige situatie.
Dysfunctionele schema's zijn door hun vroege ontstaan in alle volgende levensfasen actief geweest en hebben hun werking doen gelden. Dit heeft geleid tot een continue herhaling van schemabevestigende ervaringen en een gebrek aan schema-ontkrachtende ervaringen. Juist door deze herhaling van gebeurtenissen zijn dysfunctionele schema's structureel geworden en hebben andere, meer functionele schema's zich niet kunnen ontwikkelen.

De behandeling is erop gericht om de cognitieve denk-schema's inzichtelijk te maken voor de patiënt en daar functionele schema's voor in de plaats te zetten. Young heeft verschillende denkschema's gecategoriseerd in 5 modi. Deze zijn ervoor bedoeld om zowel voor de therapeut als voor de patiënt zelf als handvat te dienen voor de behandeling (niet als etiket).

Volgens Young zijn er 5 modi waar een patiënt in kan zitten:

de beschermer (het is gevaarlijk om te voelen om je mening te uiten, ik verlies controle als ik het toch doe, anderen zullen me kwetsen, dus ik moet afstand houden)
de straffende ouder (jij bent slecht en verdient straf, je gevoelens zijn verkeerd, je gevoelens en mening dienen alleen om te manipuleren, als je iets naars overkomt is dat je eigen schuld)
het verlaten/misbruikte kind (niemand is te vertrouwen, als mensen dichtbij komen maken ze misbruik van me en wordt ik in de steek gelaten, ik ben machteloos en hulpeloos, de wereld is gevaarlijk)
het woedende/impulsieve kind (mijn grondrechten worden me ontnomen, als ik niet vecht wordt ik gepakt, misbruikt en verwaarloosd)
de gezonde volwassene (als je problemen aanpakt, gevoelens verwerkt, enz. los je je problemen op, ik kan leren, groeien, veranderen, ik heb professionele hulp nodig, ik ben de moeite waard, er zijn mensen op wie ik kan vertrouwen) N.B. deze lijkt ‘gezond' te zijn, maar andere essentiële vaardigheden ontbreken en zij zoeken overmatig naar hulp.
De behandeling kent globaal zes verschillende fasen, soms wordt tijdelijk teruggegaan naar een eerdere fase, soms kan een fase worden overgeslagen.
De startfase bestaat uit kennismaking en afspraken over de behandeling.Er wordt ook voorlichting over het werkmodel gegeven. Vervolgens worden in fase 1 eerst eventuele andere klachten (zoals een depressie of een angststoornis) behandeld en wordt gewerkt aan het leggen van een relatie en het maken van afspraken rondom die relatie. In fase 2 wordt besproken hoe te handelen bij crisis. In fase 3 wordt aan meer inzicht in de onderliggende schema's en om beter te leren omgaan met alledaagse moeilijke situaties. Dit gebeurt middels rollenspelen, kleine experimenten. In fase 4 wordt gewerkt aan verandering van de basisschema's. Hierbij zal het met name gaan over jeugdherinneringen. Veel emoties kunnen hierbij loskomen, de therapeut zal daarin een steunende rol hebben. In fase 5 wordt gewerkt aan beëinding van de therapie. Hierbij moet alles wat aan bod is gekomen worden geïntegreerd en moet er een vertaling komen van nieuwe functionele schema's en strategieën naar het functioneren in het dagelijks leven. Tot slot komt het afscheid van de therapie en de therapeut.

Voor iedere fase zijn per modus aandachtspunten waar je als therapeut op moet letten en strategieën die geschikt zijn voor de patiënt in die modus. Het voert hier te ver om die allemaal te noemen.[21]



Psychoanalytische behandelingsmodellen (Kernberg, Adler en Kohut, Rockland)
Kernberg:

Het zwart-wit denken is al meerdere keren genoemd als kenmerk van de Borderline Persoonlijkheidsstoornis. Kernberg ziet dat denkpatroon als hoofdprobleem van de Borderline patiënt en als kern van de behandeling. Door het denken in extremen, maakt de patiënt niet alleen van zichzelf maar ook van anderen verkeerde interpretaties. Doordat zij geen nuances kunnen maken zien zij alleen één aspect van de omgeving of de ander uitvergroot. Kernberg wil de behandeling dus ook richten op de integratie van extremen (nuances leren maken) om een realistischer beeld van de werkelijkheid te krijgen. Deze psychodynamische therapie is een langdurige behandeling. De therapeut is erop gericht om van de omgeving interpretaties inzichtelijk te maken voor de patiënt. Daarbij zal de therapeut eerst vooral gericht zijn op het verstandelijk verklaren van gebeurtenissen en gevoelens die daarbij passen, daarna zal de therapeut steeds meer ingaan op de beleving van de patiënt.


Adler en Kohut:

Adler en Kohut leggen de nadruk op de emotionele tekorten bij de borderline persoonlijkheidsstoornis en zien dit als gevolg van het feit dat er onvoldoende veiligheid was in de vroege jeugd. Hierdoor is er te weinig structuur ontstaan binnen de persoon om scheiding van de primaire verzorger te kunnen verdragen. Daardoor blijft er een afhankelijkheid ontstaan tav andere mensen en is er een tekort aan 'goede innerlijke voorbeelden'. Dit leidt tot gevoelens van innerlijke leegte, ernstige depressieve reacties en een claimende afhankelijkheid. Besef hiervan leidt tot woede over de verwaarlozing.
De therapie is er op gericht om binnen de therapeutische relatie corrigerende emotionele ervaringen op te doen. De therapeutische relatie zal met name veiligheid moeten bieden. De therapeut zal zichtbaar moeten zijn als een reëel persoon die niet perfect is maar wel 'goed genoeg', zodat de cliënt een realistischer zelfbeeld kan ontwikkelen.

Rockland:

Rockland sluit zich aan bij het cognitief inzichtgeven zoals Kernberg dat doet maar pleit voor een rol van de therapeut die reëel is (zoals bij Adler/Kohut) en minder afstandelijk. Dit biedt volgens hem een ideale mix tussen nabijheid en afstand in de therapeutische relatie. Teveel nabijheid kan veel angst oproepen en kan soms moeilijk verdragen worden.
Het hier-en-nu staat centraal en wordt verklaard vanuit het verleden. Verder ziet hij ook als belangrijkste element dat er een corrigerende emotionele ervaring geboden wordt door het goed hanteren van de therapeutische relatie.[22]



Het relationship manegement model van Dawsen
Bij Dawsen staat eigenwaarde centraal. Iemand met een BPS heeft een laag gevoel van eigenwaarde. Je eigenwaarde wordt gevormd in de vroege jeugd en wordt door ervaringen gedurende de rest van je leven bijgesteld. Iemand met een stabiel ‘zelf' kan verschillende ervaringen en aannames die daaruit voortkomen plaatsen en nuanceren. Aannames die heel ver uit elkaar liggen, kunnen zo genuanceerd worden. Iemand met BPS heeft in zijn jeugd geen stabiel en helder ‘zelf' ontwikkelt en heeft dus grote moeite om verschillende situaties en ervaringen te nuanceren. Hij laat zich leiden door zijn omgeving en is daardoor voortdurend in verwarring over zichzelf. Iemand met een Borderline persoonlijkheidsstoornis laat meestal maar één kant van zichzelf zien, zodat de hulpverlener zich gedwongen voelt de andere kant te kiezen, om zo hem een spiegel voor te houden. Dat is een valkuil voor de hulpverlener, want het zal de Borderline patiënt het gevoel geven dat hij inderdaad niets waard is. De rol van hulpverlener zou op zijn ideaalst zijn als hij in staat is naast de patiënt te staan, luisterend aanwezig. De hulpverlener zal de Borderline patiënt moeten behandelenen als een competente volwassene, ook al gedraagt hij zich daar vaak niet naar. Het doel daarvan is om de patiënt zich verantwoordelijk te laten voelen voor zichzelf en zich minder zal laten leiden door de omgeving. De Borderline patiënt moet leren om zelf verantwoordelijke beslissingen te nemen. Opname bij de Borderline patiënt is niet gewenst, als opname onafwendbaar is, zullen er hele duidelijke afspraken op papier moeten komen, waarin de grenzen van de hulpverlening duidelijk worden voor de patiënt. De patiënt moet de grenzen duidelijk weten, gaat hij eroverheen, dan zal ontslag plaatsvinden. De theorie dat de patiënt zelf verantwoordelijk is voor zichzelf is ook hier van belang.[23]



Behandelprogramma Mentalization-Based Treatment (MBT)
Het MBT programma is ontwikkeld in Engeland door Anthony Bateman in samenwerking met Peter Fonagy. Bij MBT wordt ervanuitgegaan dat de Borderline persoonlijkheidsstoornis ontstaat door een stoornis in de hechting en het mentaliseringsvermogen. Onder mentalisering wordt verstaan hoe je jezelf en de omgeving waarneemt en begrijpt. Iemand met een Borderline stoornis heeft daar grote problemen mee: emoties van anderen worden op vaak zichzelf betrokken, waardoor een verkeerd beeld van de werkelijkheid ontstaat (die persoon kan immers ook een hele andere reden hebben om emotioneel te zijn, wat niets met hem te maken heeft). De behandeling is gericht op het leren mentaliseren. Zij leren, gevoelens, gedachten, verlangens, bedoelingen, van zichzelf en anderen waar te nemen en te interpreteren en te begrijpen, met als doel later beter om te kunnen gaan met stressituaties en niet impulsief te reageren.[24]



Medicatie
Medicatie is nooit een oplossing van het probleem, het wordt altijd gegeven ter ondersteuning van de andere behandelingen. Medicatie is gericht op vermindering van de symptomen van de Borderline persoonlijkheidsstoornis.

Antipsychotica
Met name bij ernstige klachten met veel angst, woede, verwardheid en impulsiviteit kunnen antipsychotica helpen de klachten te verminderen.
Antidepressiva (lithium, carbamazepine en valproaat)
Antidepressiva hebben niet alleen een gunstige invloed op de stemming, maar kunnen soms ook woede-uitbarstingen, impulsiviteit, eetbuien en dwangklachten verminderen. Antidepressiva hebben pas na enkele weken effect.
Slaap- en kalmeringsmiddelen
Kalmeringsmiddelen kunnen angst en onrust verminderen; slaapmiddelen kunnen helpen slapeloosheid te doorbreken en werken ondersteunend bij het vinden van een goed dag-nachtritme. Vanwege het risico op verslaving wordt aanbevolen deze middelen alleen kortdurend te gebruiken. [25]


Attitude van de hulpverlener
In het kort:

De therapeut moet betrouwbaar zijn
De therapeut moet een steunende houding hebben: naast de cliënt staan
De therapeut moet duidelijke afspraken maken (grenzen aangeven)
De therapeut moet een accepterende, niet-veroordelende houding hebben
De therapeut moet de emoties van de cliënt als reëel behandelen, ook al zijn ze dat niet, dus begripvol en steunend zijn.
De therapeut moet aansturen op de eigen verantwoording van de cliënt en hem behandelen als een competente volwassene (ook al gedraagt hij zich niet competent)
In de therapie zal de cliënt moeten leren om inzicht te krijgen in de denk en gedragspatronen (schema's). Hij moet leren om nuances aan te brengen in zwart/wit denk en voelpatronen. Hij moet leren om juiste interpretaties te maken over zichzelf en de omgeving en alternatieve gedragspatronen aanleren om het denken en gevoel bij de omgeving kenbaar te maken.


Gebruikte literatuur
Prof. Dr. W. Vandereycken, Drs. R. van Deth, ‘Psychiatrie', 1997, Uitgeverij: Bohn Stafleu Van Loghum, Houten/Diegem
Prof. Dr. W. Vandereycken, Prof. Dr. C.A.L. Hoogduin, Prof. Dr. P.M.G. Emmelkamp, ‘Handboek psychopathologie, deel 1, basisbegrippen', 2000, Uitgeverij: Bohn Stafleu Van Loghum, Houten/Diegem
Prof. Dr. W. van Tilburg, Prof. Dr. W. van den Brink, Dr. Al Arntz (red), ‘Behandelingsstrategieen bij de borderline persoonlijkheidsstoornis', 1998, Uitgeverij: Bohn Stafleu Van Loghum, Houten/Diegem,

Gebruikte internetsites
www.moeilijkemensen.nl
www.trimbos.nl


--------------------------------------------------------------------------------

[1] Prof. Dr. W. Vandereycken, Drs. R. van Deth, ‘Psychiatrie', 1997, Uitgeverij: Bohn Stafleu Van Loghum, Houten/Diegem, pag. 207, 208

[2] www.trimbos.nl, wat is borderline?, 9-2-2006.

[3] Prof. Dr. W. Vandereycken, Prof. Dr. C.A.L. Hoogduin, Prof. Dr. P.M.G. Emmelkamp, ‘Handboek psychopathologie, deel 1, basisbegrippen', 2000, Uitgeverij: Bohn Stafleu Van Loghum, Houten/Diegem, pag. 421.

[4] Prof. Dr. W. Vandereycken, Drs. R. van Deth, 1997, pag. 212

[5] www.trimbos.nl, wat is borderline?, 9-2-2006

[6] Prof. Dr. W. Vandereycken, Prof. Dr. C.A.L. Hoogduin, Prof. Dr. P.M.G. Emmelkamp, 2000, Pag. 437.

[7] Prof. Dr. W. Vandereycken, Drs. R. van Deth, 1997, pag. 214, 215

[8] Prof. Dr. W. Vandereycken, Prof. Dr. C.A.L. Hoogduin, Prof. Dr. P.M.G. Emmelkamp, 2000, Pag. 438.

[9] www.moeilijkemensen.nl, hoe ontstaat een persoonlijkheidsstoornis?, 9-2-2006

[10] www.moeilijkemensen.nl, behandeling van persoonlijkheidsstoornissen, 9-2-2006

[11] www.moeilijkemensen.nl, dialectische gedragstherapie, 9-2-2006.

[12] Prof. Dr. W. van Tilburg, Prof. Dr. W. van den Brink, Dr. Al Arntz (red), ‘Behandelingsstrategieen bij de borderline persoonlijkheidsstoornis', 1998, Uitgeverij: Bohn Stafleu Van Loghum, Houten/Diegem, pag. 33.

[13] www.moeilijkemensen.nl, dialectische gedragstherapie, 9-2-2006.

[14] Prof. Dr. W. van Tilburg, Prof. Dr. W. van den Brink, Dr. Al Arntz (red), 1998, pag. 34.

[15] Prof. Dr. W. van Tilburg, Prof. Dr. W. van den Brink, Dr. Al Arntz (red), 1998, pag. 34, 35.

[16] www.moeilijkemensen.nl, dialectische gedragstherapie, 9-2-2006

[17] www.moeilijkemensen.nl, dialectische gedragstherapie, 9-2-2006

[18] Prof. Dr. W. van Tilburg, Prof. Dr. W. van den Brink, Dr. Al Arntz (red), 1998, pag. 35.

[19] Prof. Dr. W. van Tilburg, Prof. Dr. W. van den Brink, Dr. Al Arntz (red), 1998, pag. 36-41.

[20] www.moeilijkemensen.nl, dialectische gedragstherapie, 9-2-2006

[21] Prof. Dr. W. van Tilburg, Prof. Dr. W. van den Brink, Dr. Al Arntz (red), 1998, pag. 42-63

[22] www.moeilijkemensen.nl, verschillende psychoanalytische behandelingsmodellen, 9-2-2006

[23] www.moeilijkemensen.nl, Het relationship manegement model van Dawsen, 9-2-2006

[24] www.moeilijkemensen.nl, Behandelprogramma Mentalization-Based , 9-2-2006

[25] www.trimbos.nl, Behandeling, 9-2-2006

Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Reactie plaatsen

Logt u a.u.b. in om een reactie te plaatsen.

Waardering

Waardering is alleen beschikbaar voor leden.

Logt u a.u.b. in om te stemmen.

Er zijn nog geen waarderingen gegeven.



Verwerkingstijd: 0.09 seconden
2,288,474 unieke bezoeken